Voor de prijs van één correcte Bourgogne koopt u drie serieuze Spaanse flessen. Dat verschil is zo consistent dat het geen toeval kan zijn, en de verklaring die het vaakst wordt gegeven, namelijk dat Spaanse wijn nu eenmaal minder goed is, houdt bij het proeven geen stand.

De werkelijke oorzaken liggen in hoe de Spaanse wijnsector is georganiseerd en verhandeld. Zodra u die kent, wordt het prijsverschil bruikbaar in plaats van verdacht.

Hoe groot is de Spaanse wijnbouw eigenlijk?

Groter dan die van welk ander land ook. Spanje telt volgens het Spaanse bureau voor toerisme ongeveer 961.000 hectare wijngaard, goed voor rond de dertien procent van al het beplante wijnareaal ter wereld. Castilla-La Mancha alleen al is de uitgestrektste wijnregio ter wereld.

Toch produceert Spanje minder wijn dan Italië en Frankrijk. Dat lijkt tegenstrijdig maar is het niet: het betekent simpelweg dat de opbrengst per hectare in Spanje veel lager ligt. Meer land, minder wijn per stuk land.

Waarom liggen de opbrengsten zo laag?

Door water, of het gebrek eraan. Grote delen van de Spaanse wijnbouw zijn secano, oftewel niet geïrrigeerd. In DO Jumilla is volgens de Wine Scholar Guild negenenzeventig procent van de stokken droog geteeld, en die oude struikstokken leveren enkele van de laagste natuurlijke opbrengsten ter wereld.

Om zonder irrigatie te overleven moeten stokken ver uit elkaar staan, zodat elke plant genoeg bodemvocht heeft. Waar een Franse wijngaard zesduizend tot tienduizend stokken per hectare kan dragen, staat een traditionele Spaanse struikwijngaard op een fractie daarvan. De wortels gaan volgens dezelfde bron zes tot acht meter de diepte in, wat de planten in hete jaren opvallend stabiel houdt.

Hier zit de wrange ironie. Precies de omstandigheden die de kostprijs per hectare hoog maken, lage opbrengsten en kleine bessen, zijn de omstandigheden die geconcentreerde wijn opleveren. Wat in Frankrijk als kwaliteitskenmerk wordt verkocht, is in Spanje jarenlang als goedkope grondstof afgezet.

Speelt arbeid een rol?

Zeker, en het werkt subtieler dan een simpel loonverschil. De arbeidskosten in de Spaanse wijnbouw liggen lager dan in Frankrijk, maar het echte verschil zit in hoeveel arbeid een hectare vraagt. Een vlakke, machinaal te oogsten wijngaard in Castilla-La Mancha kost een fractie van de manuren van een terras in Priorat of Ribeira Sacra.

Precies daarom lopen de prijzen binnen Spanje zo ver uiteen. Steile percelen waar alles met de hand of met een muildier moet, zijn duur ongeacht het land waarin ze liggen. De goedkope Spaanse wijn komt van de vlakte, de dure van de helling, en dat verschil is groter dan het verschil tussen Spanje en Frankrijk als geheel.

Voor een inkoper is dat een nuttige lens. Vraag niet of een wijn Spaans of Frans is, maar hoe steil en hoe hoog het perceel ligt en of er machinaal geoogst kan worden. Dat voorspelt de kostprijs beter dan de landsgrens.

Wat doet de bulkhandel met de prijs?

Dit is de grootste verklaring, en de minst bekende. Een aanzienlijk deel van de Spaanse oogst verlaat het land niet als fles maar als tankwijn. In 2017 exporteerde Spanje 12,6 miljoen hectoliter als bulk tegenover 10,2 miljoen hectoliter gebotteld, aldus een analyse van de Spaanse exportcijfers.

Die bulkwijn wordt goedkoop opgekocht, elders gebotteld en met een aanzienlijke marge doorverkocht. Het effect op de statistiek is dramatisch: de gemiddelde Spaanse exportprijs kwam in dat jaar uit op ongeveer 1,25 euro per liter, tegenover 2,78 euro voor Italië en zes euro voor Frankrijk.

LandGemiddelde exportprijs per liter, 2017
Spanje€ 1,25
Italië€ 2,78
Frankrijk€ 6,00

Let op wat dat cijfer wel en niet meet. Het is een gemiddelde over alles wat de grens overgaat, van tankwagens tot topflessen. Het zegt iets over de samenstelling van de export, niet over wat een goede Spaanse fles kost of waard is.

Waarom vraagt Spanje niet gewoon meer?

Deels een kwestie van timing. Spanje kwam laat op de internationale markt en heeft minder decennia gehad om merken en verhalen op te bouwen dan Frankrijk en Italië. Prestige is traag, en prijs volgt prestige.

Deels ook een kwestie van structuur. Veel Spaanse productie loopt via coöperaties, en voor een coöperatie is het sneller en eenvoudiger om de oogst in bulk te verkopen dan om zelf te bottelen, te vermarkten en te distribueren. Elke stap die niet gezet wordt, is marge die elders terechtkomt.

En deels is het grond. Een hectare in een gerenommeerde Franse appellatie kost een veelvoud van een hectare in de meeste Spaanse streken. Die grondprijs zit in elke fles verwerkt, ook als de wijn zelf niet beter is.

Waarom is Rioja dan wél duurder dan de rest van Spanje?

Omdat prestige binnen een land net zo goed werkt als tussen landen. Rioja heeft dezelfde voorsprong opgebouwd die Frankrijk ten opzichte van Spanje heeft: eerder begonnen, langer geëxporteerd, beter herkenbaar. Een hectare in Rioja kost daardoor een veelvoud van een hectare in een naburige streek met vergelijkbare bodem.

Daar komt de verplichte rijping bovenop. Een bodega die een Gran Reserva maakt, financiert vijf jaar voorraad voor. Dat is rente en opslag die in de prijs terugkomt, en het is een van de weinige prijsverhogingen die een koper direct terugziet in het glas.

Voor een inkoper is de nuttige conclusie dat het prijsvoordeel van Spanje niet gelijkmatig verdeeld is. Binnen Rioja betaalt u een naamspremie die in Bierzo, Gredos of Ribera del Guadiana ontbreekt, terwijl de viticultuur daar niet minder serieus is.

Wat doet Europees beleid met de prijs?

Meer dan de meeste mensen vermoeden, en het werkt twee kanten op. De Europese Unie beperkt nieuwe aanplant met een vergunningenstelsel, waardoor het areaal niet vrij kan groeien. Dat beschermt bestaande telers tegen overproductie, maar het bevriest ook de verhoudingen: een streek die in trek raakt, kan niet zomaar uitbreiden.

Tegelijk financiert Europa herstructurering van wijngaarden, waarmee telers oude percelen kunnen omvormen naar andere rassen of andere opbindsystemen. Dat is jarenlang gebruikt om Spaanse wijngaarden te moderniseren, wat de opbrengsten en daarmee de kostprijs per liter drukte.

En in crisisjaren is er destillatiesteun geweest, waarbij overtollige wijn tot industriële alcohol wordt verwerkt in plaats van tegen dumpprijzen op de markt te komen. Dat houdt de bodem onder de prijs, maar het bevestigt ook dat er structureel meer wijn is dan er gedronken wordt.

Waaruit bestaat de prijs van een fles?

Het helpt om de opbouw uit elkaar te trekken, want maar een klein deel gaat over de wijn zelf. In het instapsegment zijn de vaste kosten dominant: fles, kurk, etiket, doos, vervoer en accijns kosten ongeveer evenveel of u er nu eenvoudige of uitstekende wijn in doet.

Dat verklaart een verschijnsel dat elke inkoper herkent. Tussen een fles van vier euro en een van acht euro zit een enorm kwaliteitsverschil, omdat het deel dat naar de wijn gaat verveelvoudigt terwijl de vaste kosten gelijk blijven. Tussen een fles van veertig en een van tachtig euro is het verschil veel kleiner, want daar betaalt u vooral voor zeldzaamheid en reputatie.

In Spanje ligt het kantelpunt van die curve lager dan in Frankrijk. Precies daarom is het Spaanse middensegment zo interessant: u zit er sneller voorbij het punt waarop uw geld naar glas en logistiek gaat in plaats van naar de wijngaard.

Waarom is wijn in Spanje zelf nog goedkoper?

Wie in Spanje op vakantie een fles koopt die hier het dubbele kost, ziet daar twee dingen in terug. Het eerste is accijns. Spanje hanteert op stille wijn een nultarief, terwijl Nederland per hectoliter accijns heft. Dat verschil zit in elke fles op een Nederlandse kaart, nog voordat iemand marge heeft gemaakt.

Het tweede is de keten. Een fles die u in een Spaans dorp bij de bodega koopt, heeft geen importeur, geen opslag in Nederland, geen distributeur en geen transport over vijftienhonderd kilometer achter de rug. Elke schakel daarvan is legitiem werk dat betaald moet worden.

De praktische les is dus niet dat Nederlandse prijzen opgeblazen zijn, maar dat een vakantieprijs geen goede maatstaf is. Vergelijk Spaanse wijn met Franse wijn op dezelfde Nederlandse kaart, want dan vallen accijns en logistiek tegen elkaar weg en blijft alleen het echte verschil over.

Betekent goedkoper ook minder goed?

Op de onderkant van de markt: ja, daar krijgt u wat u betaalt, in elk land. Maar in het middensegment kantelt het beeld volledig, en dat is het segment waar een wijnkaart gemaakt wordt.

Rond de twaalf tot twintig euro koopt u in Spanje wijn van oude stokken, met echte herkomst en jaren rijping die de bodega al voor u heeft betaald. Een Rioja Reserva heeft bij aankoop minimaal drie jaar rijping achter de rug, waarvan een jaar op vat. In Frankrijk betaalt u die rijpingskosten vrijwel altijd apart. Wat die termen precies inhouden, staat in Crianza, Reserva en Gran Reserva.

Waar het prijsverschil wél echt is, is aan de absolute top. Spanje heeft minder wijnen die internationaal als verzamelobject worden verhandeld, en dat drukt de hele bovenkant van de markt. Voor iemand die wijn koopt om te drinken in plaats van om te bewaren als belegging, is dat eerder een voordeel.

Hoe herkent u een te dure Spaanse wijn?

Er zijn er genoeg, en ze volgen een herkenbaar patroon. Let op flessen die vooral met gewicht adverteren: een zware fles, een dikke capsule en een reliëfetiket kosten geld dat niet in de wijngaard is besteed. Een producent die serieus in het glas investeert, doet dat zelden ook aan het glas zelf.

Het tweede signaal is een rijpingsterm zonder herkomst. Een Gran Reserva die niet vertelt uit welke subzone of van welke percelen hij komt, verkoopt u tijd in plaats van plek. Tijd is de goedkoopste vorm van luxe die een bodega kan aanbieden, en de minst zeldzame.

Het derde is een prijssprong zonder verandering in de wijnbouw. Van staal naar vat, van jonge naar oude stokken, van vlakte naar hoogte: dat zijn sprongen waar u iets voor terugkrijgt. Van standaardfles naar prestigecuvée van dezelfde percelen doorgaans niet.

Gaat dit prijsverschil verdwijnen?

Langzaam, en niet overal even snel. De bovenkant van de Spaanse markt is de afgelopen twintig jaar duidelijk duurder geworden, vooral in Priorat, Ribera del Duero en bij de kleine makers in Gredos en Galicië. Zodra een streek internationaal wordt opgemerkt, sluit het gat tussen prijs en waarde binnen een jaar of tien.

De onderkant beweegt nauwelijks, want daar zit de bulkstroom vast in een structuur van coöperaties en langlopende afspraken. Zolang een groot deel van de oogst als tankwijn de grens overgaat, blijft het gemiddelde laag, ongeacht hoe goed de beste flessen zijn.

Voor wie nu inkoopt is dat eigenlijk goed nieuws met een houdbaarheidsdatum. De streken die vandaag onbekend zijn, leveren op dit moment de beste verhouding tussen prijs en wat er in de fles zit, en dat blijft niet zo. Wie die namen nu op de kaart zet, koopt ze in tegen de prijs van vóór de ontdekking.

Hoe koopt u dat voordeel in?

Zoek de streken die de reputatie van Rioja missen maar dezelfde viticultuur hebben. Oude stokken, hoogte, droogteteelt en een naam die nog niet in het collectieve geheugen zit: dat is waar het verschil tussen prijs en waarde het grootst is. Een aantal daarvan staat in de onbekende wijnregio’s van Spanje.

Een concreet voorbeeld uit onze kelder: de Barbas de Gata uit Ribera del Guadiana komt uit een streek die vrijwel niemand kan aanwijzen, en levert daardoor per euro meer wijn dan een fles met een bekendere postcode. Datzelfde geldt voor de Garnacha’s uit Sierra de Gredos, die pas de laatste jaren serieus worden genomen.

De praktische regel voor een inkoper: betaal voor hoogte, oude stokken en lage opbrengst, niet voor de bekendheid van de naam op het etiket. In Spanje zijn die twee dingen vaker losgekoppeld dan waar ook in Europa, en dat is precies waar de marge zit.

Eén waarschuwing hoort daarbij. Goedkoop inkopen uit een onbekende streek werkt alleen als u de producent kent, want de naamloosheid die de prijs drukt, drukt ook de controle. Bij Rioja koopt u een reputatie die iemand te verliezen heeft; bij een onbekende streek koopt u het oordeel van degene die de wijn heeft geselecteerd. Dat is geen bezwaar, maar het verlegt wel waar u op moet vertrouwen.