Het korte antwoord: zes druiven dekken vrijwel alles wat u in Nederland tegenkomt, en daaronder ligt een lange staart van rassen die de meeste Spanjaarden zelf niet kennen. Albariño, Verdejo, Godello, Viura, Palomino en Xarel-lo vormen de kern.

Wat Spanje bijzonder maakt is dat die zes uit zes verschillende klimaten komen. Atlantisch nat, continentaal droog, mediterraan warm, hooggebergte: geen enkel ander Europees wijnland heeft die spreiding, en het verklaart waarom Spaans wit zo weinig op één smaak te herleiden is.

Welke witte druiven zijn de belangrijkste?

Albariño is het bekendst geworden. De Consejo Regulador van Rías Baixas noemt hem de koningin van de benaming, met inmiddels ruim 4.000 hectare tegenover 200 in 1975. Hij haalt makkelijk boven de twaalf procent alcohol en heeft een zuurrijkdom die volgens de Consejo maar weinig rassen ter wereld bereiken.

Verdejo is het grootst in volume. De inheemse druif van Rueda staat er volgens de Consejo Regulador al meer dan tien eeuwen en onderscheidt zich door aroma’s van laag struikgewas, fruitige tonen en uitstekende zuurgraad. Het amandelbittertje in de afdronk is zijn handtekening.

Godello is de derde, en de kleinste van de drie. Hij komt uit Valdeorras en Bierzo, was in de jaren zeventig bijna verdwenen en is sindsdien teruggeplant. Hij geeft strogele, geparfumeerde wijn die langzaam evolueert, veel body heeft en goed op vat kan rijpen.

DruifKerngebiedZuurSmaakbeeldWaar u hem tegenkomt
AlbariñoRías Baixaszeer hoogperzik, sinaasappelbloesem, ziltwijnkaart, betere slijter
VerdejoRuedahoogcitrus, venkel, amandelbittersupermarkt en horeca
GodelloValdeorras, Bierzomiddelhoogappel, kweepeer, mineraal, volsommelierkaart
Viura of MacabeoRioja, Cataloniëmiddelhoogappelschil, witte bloemen, wasRioja blanco, cava
Xarel-loPenedèsmiddelhoogvenkel, groene appel, zoutigcava, stille wijn
Palomino FinoJerez, Ruedalaaglanoline, jodium, hazelnootsherry, en nieuw als tafelwijn
Albillo RealSierra de Gredosmiddelhoogkweepeer, citroenmelisse, krijtzeldzaam, klein aanbod

Wat is Viura en waarom heet het ook Macabeo?

Dezelfde druif onder twee namen, en dat is in Spanje eerder regel dan uitzondering. In Rioja heet hij Viura, in Catalonië Macabeo. Hij is jarenlang de meest geplante witte druif van Noord-Spanje geweest en werd vooral gebruikt om volume te maken en cava te vullen.

Zijn reputatie leed daaronder, en dat is jammer, want de druif kan meer. Rioja maakt sinds enkele decennia weer serieuze witte wijn van Viura, deels op vat vergist, met bijenwas, kweepeer, geïntegreerd hout en een lange lift. Dat is een stijl die dichter bij witte Bourgogne ligt dan bij neutrale huiswijn.

Rueda gebruikt hem juist andersom. De streek plantte Viura vanaf de jaren vijftig aan en zet hem in om lichtheid en een extra zuurtje te geven aan de Verdejo. Eén druif, twee tegengestelde toepassingen, en dat zegt iets over hoe wendbaar hij is.

Welke druiven staan er in Rías Baixas naast Albariño?

Vijf andere witte rassen, en de meeste zijn buiten Galicië onbekend. Loureira blanca, ook Marqués genoemd, wordt gewaardeerd om aroma’s die aan laurier doen denken; door zijn lage suiker en hoge zuur is hij ideaal voor blends, vooral in de subzone O Rosal.

Treixadura is de derde aanbevolen kwaliteitsdruif en voelt zich thuis in Condado do Tea. Hij brengt frisheid, evenwichtig zuur en tonen van groene appel. Caíño blanco is een fragiele druif die bijna uitstierf en zich nu vooral in O Rosal concentreert; hij geeft structuur en body en vangt volgens de Consejo het terroir opvallend goed.

Torrontés wordt als aanvulling gebruikt voor aromatische complexiteit en lichtheid, en Godello staat eveneens op de lijst. Samen zes witte rassen, tegenover acht blauwe, waarvan Mencía, Sousón en Brancellao de bekendste zijn. Meer over de streek en de druif staat in wat is Albariño.

Hoeveel witte druiven laat Rueda toe?

Elf, en die lijst is de laatste jaren fors uitgebreid. De hoofdvariëteiten zijn Verdejo, Sauvignon Blanc, Viura, Chardonnay en Viognier, waarbij de laatste twee pas in 2019 zijn toegelaten.

De secundaire variëteiten zijn Moscatel de Grano Menudo, Palomino Fino, Riesling, Garnacha Blanca, Moscatel de Alejandría en Gewürztraminer. Op Palomino Fino na, die er al sinds de jaren dertig staat, zijn die allemaal in 2024 toegevoegd.

Dat is een opvallende beweging voor een streek die zijn identiteit aan één druif ontleent. De achterliggende gedachte is klimaat: rassen als Riesling en Moscatel de Grano Menudo houden hun zuur op hoogte, en Rueda ligt hoog genoeg om dat te benutten.

Wat is Palomino en waarom hoort die hier?

De sherrydruif, en sinds kort ook iets anders. In het Jerez-gebied zijn volgens de Consejo Regulador drie druiven toegelaten: Palomino, Pedro Ximénez en Moscatel, alle drie wit. Palomino is er veruit de belangrijkste.

De omstandigheden daar zijn extreem specifiek. De albariza-bodem bevat tot veertig procent calciumcarbonaat plus klei en kiezelaarde, en werkt als een spons: hij opent zich bij regen en sluit zich bij hitte om verdamping tegen te gaan. De streek krijgt 3.000 tot 3.200 zonuren per jaar en 600 liter regen per vierkante meter.

Palomino Fino geeft er ongeveer 80 hectoliter per hectare bij elf graden Baumé, met een plantdichtheid tussen 3.600 en 4.200 stokken per hectare. Wat de druif zelf mist is zuur en aroma, en dat is precies waarom hij zich zo goed leent voor biologische en oxidatieve rijping. Waar dat gebeurt, staat in waar sherry wordt gemaakt.

De nieuwe ontwikkeling is dat bodegas Palomino ook zonder versterking bottelen, als gewone witte wijn. Dat levert iets op wat nergens anders bestaat: lanoline, gezouten amandel, jodium en een afdronk die minutenlang doorgaat.

Wat is Xarel-lo?

De ruggengraat van cava, en de enige van de drie klassieke cavadruiven die op zichzelf overeind blijft. Xarel-lo komt uit Penedès en geeft venkel, groene appel en een zoute, bijna bittere lift, met genoeg structuur om jaren op de gist te liggen.

De andere twee zijn Macabeo, die frisheid en bloemige tonen inbrengt, en Parellada, die lichtheid en elegantie geeft. In de klassieke verhouding levert Xarel-lo het lichaam, Macabeo het fruit en Parellada de finesse.

Steeds meer producenten bottelen Xarel-lo ook als stille witte wijn, vaak met wat huidcontact of vatrijping, en dan blijkt hoe eigenzinnig hij is. Voor wie cava beter wil begrijpen is dat de leerzaamste omweg.

Welke zeldzame Spaanse witte druiven zijn het proeven waard?

Albillo Real staat bovenaan. Deze druif groeit op verweerd graniet in de Sierra de Gredos, vaak tussen de Garnacha, en geeft kweepeer, citroenmelisse en een krijtige afdronk. Er is weinig van, en tot voor kort werd hij vrijwel alleen lokaal gedronken.

Ondarrabi Zuri uit Baskenland is de tweede: de druif van Txakoli, met zeer hoog zuur, groene appel en zeewind, meestal rond de 11,5 procent alcohol. Petit Courbu, uit dezelfde hoek, is nog zeldzamer en geeft peer, bijenwas en witte bloemen.

Verder zijn er Doña Blanca in Galicië, Merseguera in Valencia, Zalema in Huelva en Malvasía in verschillende gedaanten op de Canarische Eilanden en in Rioja. Het zijn geen wijnen om overal naar te zoeken, maar ze verklaren waarom Spaans wit zo weinig één ding is. Meer voorbeelden staan in bijzondere witte wijn uit Spanje.

Hoe herkent u de druif zonder etiket?

Aan het zuur en aan de afdronk, in die volgorde. Voelt de wijn scherp en bijna zilt en loopt het water u in de mond, dan zit u in het Atlantische noordwesten: Albariño, Treixadura of Ondarrabi Zuri.

Eindigt de wijn met een licht bittertje dat aan amandelvliesjes doet denken, terwijl het fruit citrus en witte perzik is, dan is Verdejo de eerste gok. Dat bittertje is het betrouwbaarste kenmerk van de druif en het verdwijnt zelfs bij vatrijping niet helemaal.

Voelt de wijn breed en wasachtig met matig zuur en tonen van appel en kweepeer, dan komt u uit bij Godello, Viura op vat of Garnacha Blanca. En ruikt u lanoline, gezouten amandel of jodium, dan is het Palomino, versterkt of niet.

Waarom zijn er zoveel namen voor dezelfde druif?

Omdat Spanje pas laat één land werd voor wijn. Elke provincie had zijn eigen naam voor wat er groeide, en die namen zijn blijven bestaan toen de benamingen in de twintigste eeuw werden vastgelegd.

Viura en Macabeo zijn het duidelijkste voorbeeld, maar er zijn er meer. Tempranillo heet in Ribera del Duero Tinta del País of Tinto Fino, in Catalonië Ull de Llebre en in Toro Tinta de Toro. Bij wit is Alarije in Extremadura hetzelfde als Malvasía Riojana, en Doña Blanca in Galicië duikt elders op als Moza Fresca.

Voor de koper is dat lastiger dan het hoeft te zijn. De praktische aanpak: onthoud de streek in plaats van de druif, want binnen een benaming ligt het rassenpalet vast en weet u dus wat u krijgt.

Hoeveel witte wijn maakt Spanje eigenlijk?

Meer dan het beeld suggereert, en het aandeel groeit. Airén, een witte druif uit Castilla-La Mancha, is nog altijd het meest geplante ras van het land, al gaat een aanzienlijk deel daarvan naar brandewijn en naar bulkwijn in plaats van naar flessen met een herkomstbenaming.

De verhouding verschilt sterk per streek. Rioja maakt overwegend rood en had volgens de Consejo Regulador in 2025 slechts 8,63 procent van de Spaanse witte markt in handen, terwijl de streek 38 procent van het Spaanse rood leverde. Rueda daarentegen is vrijwel volledig wit, en Rías Baixas maakt ongeveer één procent rood.

Die specialisatie per streek is het handigste kompas dat er is. Wie in Spanje wit zoekt gaat naar het noordwesten, naar de hoogvlaktes of naar de kust; wie rood zoekt gaat naar het binnenland en de rivierdalen.

Welke druif kiest u bij welk gerecht?

Ga uit van het klimaat waar de druif vandaan komt, want dat voorspelt beter dan de naam. Atlantische druiven, dus Albariño, Ondarrabi Zuri en Treixadura, hebben zeer hoog zuur en een zilte lift, en die passen bij alles uit zee en bij gerechten met citroen.

Continentale druiven, dus Verdejo en Viura uit Rueda, hebben hoog zuur met een kruidige of bittere afdronk. Die passen bij gefrituurd werk, geroosterde groenten, geitenkaas en gerechten met venkel of dille.

Druiven met body en lagere zuurgraad, dus Godello, Garnacha Blanca en Viura op vat, passen bij room, boter, gevogelte en gerookte vis. En de oxidatieve categorie, Palomino in al zijn vormen, hoort bij noten, oude kaas, ansjovis en alles met umami.

Welke flessen laten dit het best zien?

Voor Albariño is de O Fillo da Condesa van Gil Family Estates de duidelijkste: citroenmelisse, witte perzik en oesterschelp, met het zoute randje waar Rías Baixas zijn naam aan dankt.

Voor Verdejo laat de Shaya Verdejo van oude stokken op zand en grind zien wat de druif doet met wat meer leeftijd eronder: venkel, citrusschil en frisse kruiden.

En voor de categorie die niemand verwacht: de Chapirete Prefiloxérico Barrica van Viñas Murillo, een ongefortificeerde Palomino van prefylloxerastokken, tien maanden op Amerikaans eiken vergist. Appelschil, gezouten amandel en zeewind. Dit is de meest onderschatte witte druif van Spanje in zijn nieuwste gedaante.

Waarom kent u de meeste van deze druiven niet?

Omdat het overgrote deel nooit is geëxporteerd. Veel Spaanse witte rassen staan op een paar honderd hectare of minder, verdeeld over kleine boeren, en er blijft na de lokale verkoop niets over voor de buitenlandse markt.

Daar komt bij dat Spanje decennialang op rood is beoordeeld. Witte druiven waren de restcategorie: ze vulden cava, ze vulden goedkope tafelwijn, en er werd zelden in geïnvesteerd. Pas sinds ongeveer 2005 wordt er serieus geld gestoken in oude witte percelen.

De vuistregel voor wie verder wil kijken: zoek de druif op die hoort bij de streek die u al kent. Kent u Rioja, probeer dan Viura op vat. Kent u Rueda, probeer dan Albillo Real uit Gredos. Vrijwel elke Spaanse rode streek heeft een witte tegenhanger die nooit is opgemerkt, en dat is op dit moment de interessantste hoek van de Spaanse wijnkaart.